Zo werkt het LinkedIn-algoritme (update 2026)
21:32, 13 Jan 2026

21:32, 13 Jan 2026

Het LinkedIn-feedalgoritme blijft zich ontwikkelen, en in 2026 is de richting duidelijk: minder “zenden”, meer “precisie”. Veel marketeers en recruiters zien hun bereik dalen, tenzij hun content echte aandacht en echte gesprekken oplevert. Dat is geen fout. LinkedIn kiest hier bewust voor. Het platform wil dat de Feed professionals helpt om goed geïnformeerd en verbonden te blijven, niet dat oppervlakkige viral posts of “growth hacks” worden beloond. Met meer dan 1 miljard leden en een eindeloze stroom aan berichten gebruikt LinkedIn slimme AI-systemen die honderden signalen analyseren om te bepalen wat jij ziet.
Het resultaat is een Feed die steeds persoonlijker wordt, gebaseerd op onderwerp, relatie en de verwachte kwaliteit van interactie, niet alleen op wie het laatst iets postte.
Voor marketeers en recruiters is dit belangrijk, omdat LinkedIn nog steeds één van de krachtigste platforms is voor B2B-zichtbaarheid en het vinden van talent. Maar in 2026 winnen alleen de mensen die begrijpen hoe het algoritme content test en verspreidt, en daar hun posts slim op afstemmen.
Hieronder leggen we uit hoe het LinkedIn-algoritme in 2026 werkt, wat er is veranderd ten opzichte van 2025, welk type content nu het beste presteert en hoe je jouw posts kunt optimaliseren — inclusief een praktische checklist.
In de kern is het LinkedIn-algoritme een systeem dat bepaalt welke berichten in jouw Feed verschijnen, in welke volgorde, en hoe breed ze worden verspreid.
LinkedIn zelf zegt dat de Feed wordt gepersonaliseerd door AI-systemen die kijken naar de inhoud van een post (bijvoorbeeld: een tip, een vacature of een mening), maar ook naar jouw profiel, netwerk en gedrag.
Met andere woorden: LinkedIn probeert niet de nieuwste berichten te tonen, maar de meest relevante.
Daarom zie je soms een sterk artikel van twee weken oud wél, terwijl een “populaire” post van gisteren niet in jouw Feed verschijnt. LinkedIn wil laten zien wat voor jou professioneel het meest interessant is en waar je waarschijnlijk echt op reageert.
Het doel van LinkedIn is nog steeds hetzelfde: mensen zo lang mogelijk actief houden op het platform. Maar in 2026 gebeurt dat slimmer: aandacht en de kwaliteit van gesprekken bepalen steeds meer hoe ver een post komt.
Het systeem bestaat uit drie grote stappen:
Laten we ze één voor één bekijken.
In 2026 is deze eerste filter strenger geworden. Er wordt enorm veel content geplaatst, en veel daarvan is snelle AI-tekst zonder echte inhoud. LinkedIn beoordeelt razendsnel of jouw post een goede ervaring oplevert voor gebruikers.
Wat zorgt ervoor dat je post minder wordt getoond?
Vooral dat laatste is nieuw: ook als een post “netjes” is geschreven, kan hij slecht presteren als hij aanvoelt als standaard AI-vulling. LinkedIn wil een professionele Feed. Als iets nep of gemanipuleerd voelt, wordt het afgeremd.
Wat wil LinkedIn juist wél zien?
2026-les: het algoritme is steeds meer een vertrouwensfilter.
Als je post door de eerste check komt, wordt hij aan een kleine groep mensen getoond. Dit is nog steeds het belangrijkste moment. In 2026 kijkt LinkedIn vooral naar hoe mensen reageren, niet alleen of ze reageren.
Belangrijke signalen:
Een post kan dus groeien zonder veel likes, zolang mensen hem echt lezen en bespreken.
Reactiegroepen (“pods”) werken minder goed dan vroeger. Reacties zoals “Top!” of emoji’s van dezelfde mensen tellen minder mee, omdat ze geen echte waarde laten zien.
2026-les: snelle likes zijn minder belangrijk dan echte aandacht en goede gesprekken.
Als je post goed presteert in de eerste test, schaalt LinkedIn de verspreiding op, maar niet gelijkmatig. Het platform bepaalt wie de post te zien krijgt op basis van persoonlijke signalen.
LinkedIn legt uit dat het content rangschikt door berichten te tonen aan mensen die het meest waarschijnlijk zullen reageren, op basis van hun interesses, jullie connectie en in hoeverre jouw content zorgt voor betekenisvolle gesprekken of betrokkenheid.
In de praktijk wordt deze opschaling vooral gestuurd door drie hoofdgroepen:
A) Sterkte van de connectie: “Wie ken je?”
LinkedIn hecht veel waarde aan relaties, vooral eerstegraads connecties en mensen met wie je vaak interactie hebt. Als je regelmatig reageert op iemands posts, berichten stuurt of elkaars profielen bekijkt, leert LinkedIn dat er een relatie is en zal het jullie content vaker aan elkaar tonen.
Dit is één van de redenen waarom “willekeurige aantallen volgers” minder belangrijk zijn dan vroeger. In 2026 is het bereik vaak het grootst binnen actieve relatieclusters, en breidt het zich pas daarna uit als de content goed presteert.
B) Onderwerp-relevantie: “Waar heb je het over?”
LinkedIn analyseert het onderwerp van je post en koppelt dit aan leden die vaak met dat thema bezig zijn. Belangrijk: in 2026 is er een verdere stap gezet in semantisch begrip, LinkedIn kan onderwerpen afleiden uit de tekst zelf, niet alleen uit hashtags.
Daarom zien veel creators dat hashtags een kleinere rol spelen in het “boosten” van bereik. Ze helpen nog steeds bij het categoriseren, maar de echte relevantie komt vooral uit wat je schrijft en hoe het publiek erop reageert.
C) Kans op interactie: “Hoe groot is de kans dat deze persoon dit interessant vindt?”
LinkedIn voorspelt of iemand op een specifieke post zal reageren op basis van zijn of haar gedrag in het verleden:
Daarom kunnen twee mensen dezelfde creators volgen en toch een compleet andere Feed zien.
Les voor 2026: distributie is minder “uitzenden naar alle volgers” en meer “precies bezorgen bij de mensen die dit het meest waarschijnlijk interessant vinden.”
In 2025 verschoof de formule al richting relevantie en expertise. In 2026 is dat de norm geworden. Op basis van LinkedIn’s eigen rankingprincipes (relevantie, echte interactie en aandacht) en wat we in de praktijk zien, werkt dit het best:
“Motiverend carrièreadvies” dat op iedereen van toepassing kan zijn, raakt steeds voller en presteert vaak slechter. Posts die goed scoren:
Dit sluit aan bij LinkedIn’s doel om nuttige, professioneel relevante content te tonen.
LinkedIn beloont posts die discussies op gang brengen, vooral wanneer de reacties inhoudelijk zijn. Veel creator-gidsen voor 2026 noemen reacties nog steeds als de belangrijkste groeifactor, omdat ze waarde tonen en leden betrokken houden.
De sleutel is het stellen van vragen die uitnodigen tot een doordacht antwoord, zoals:
LinkedIn geeft nog steeds de voorkeur aan content die mensen niet meteen wegstuurt. Daarom presteren native formats meestal beter dan posts met externe links:
Dit is niet “omdat LinkedIn links haat”, maar omdat het algoritme aandacht en interactie op het platform zelf beloont.
In 2026 is aandacht de verborgen superkracht. Posts die:
…winnen vaak, omdat ze de tijd verhogen die iemand met je post doorbrengt, een signaal dat LinkedIn expliciet waardeert als “user attention”.
Omdat laagwaardige AI-content de Feed overspoelt, trekken zowel het algoritme als het publiek naar teksten die aanvoelen als:
Dit is geen officiële “toon-score” van LinkedIn, maar het resultaat is duidelijk: menselijke posts krijgen meer aandacht en betere interactie en het algoritme volgt die data.
Dit zijn de belangrijkste “wat is nieuw”-verschuivingen waar contentteams zich op aanpassen:
Hashtags helpen nog steeds bij het labelen van onderwerpen, maar veel creators raden nu minder en gerichtere tags aan. Relevantie wordt steeds vaker afgeleid uit de inhoud van de post zelf en uit het gedrag van het publiek.
Te generieke formuleringen, herhalende structuren en engagement-bait worden sneller afgeremd. In externe creator-adviezen wordt “te AI-achtig klinkende tekst” expliciet genoemd als een spam-signaal.
LinkedIn noemt “user attention” nu expliciet in zijn rankingrichtlijnen. In 2026 wordt succes steeds meer bepaald door leestijd en aandacht, niet door het aantal likes.
De Feed blijft oudere posts tonen als ze goed aansluiten bij iemands interesses. Dat benadrukt dat timing vooral belangrijk is voor een snelle start, maar dat relevantie bepaalt hoe lang een post blijft presteren.
Gebruik deze bijgewerkte checklist bij het schrijven van posts die in 2026 echt bereik moeten krijgen:
In 2026 is het LinkedIn-algoritme geen mysterieuze tegenstander, maar een systeem dat is gebouwd om te belonen wat het platform waardevol maakt: professionele relevantie, echte interactie en oprechte aandacht. LinkedIn’s eigen documentatie en richtlijnen wijzen steeds weer naar deze principes.
De praktische strategie is simpel (ook al is de uitvoering dat niet):
Er zijn weinig echte “viral hacks” op LinkedIn en dat is bewust zo. Maar als je aansluit bij hoe distributie in 2026 écht werkt, is de kans veel groter dat je posts terechtkomen bij de mensen die ertoe doen: toekomstige klanten, kandidaten, partners en samenwerkingspartners.